Open brief aan generaal Van Griensven

Defensie doet het weer.

In dit geval: generaal Van Griensven.

Op Facebook post hij vanochtend zijn reactie naar aanleiding van aflevering 2 van de documentaire Onze missie in Afghanistan: ‘De slag om Chora’, die gisteravond op NPO 2 werd uitgezonden.

De slag om Chora vond plaats in 2007. In de ochtend van 19 juni begonnen de Nederlanders de grootste tegenaanval in de naoorlogse vaderlandse geschiedenis, tevens de eerste sinds 1951. In dat jaar veroverden de militairen van het Nederlands Detachement Verenigde Naties in de Koreaoorlog Heuvel 325.

In perspectief deed de slag om Chora ‘recht’ aan de val van Srebrenica twaalf jaar eerder, althans zo hebben de militairen destijds dit ervaren en uitgesproken.

Het belang van Chora voor de militaire geloofwaardigheid van de lead nation in de Afghaanse provincie Uruzgan, Nederland dus, was dan ook groot. Niet alleen met de kennis van nu.

Hans van Griensven, destijds kolonel, was als commandant van de Task Force Uruzgan de hoogst gegradueerde direct betrokkene bij de slag.

Op Facebook reageert hij verongelijkt: “Ze doen het weer. Dit was geen verslag van de slag om Chora. Dit is een eenzijdige, tendentieuze en slecht onderbouwde weergave van een dramatische gebeurtenis, vanuit de slachtoffer rol. Er zijn geen nieuwe feiten bekend geworden.”

Blijkbaar vindt Van Griensven het allemaal niet eerlijk wat de makers van ‘Onze missie in Afghanistan’ hebben laten zien en vindt hij het nodig te posten: “4 onafhankelijke onderzoeken en het Openbaar Ministerie hebben geconcludeerd dat, ondanks de vreselijke gevolgen, de Nederlandse militairen niets te verwijten valt.”

De eenzijdigheid die u benoemt, generaal Van Griensven, is natuurlijk juist ook een gevolg van de weigering van u, van Defensie, om commentaar te geven!

Niettegenstaande de loftuitingen die de Task Force Uruzgan absoluut toekomen (“Onze militairen deden wat nodig was om de missie tot een succes te maken”): had het Defensie, had het u, niet gepast om wél commentaar te geven, al was het maar om de nu achteraf bekritiseerde eenzijdigheid de kop in te drukken?

Instructiekaart 2-1251 geeft het nota bene aan: “Omgaan met de media is een kans, geen bedreiging.”

Niet reageren, zeker als dit ook nog eens wordt benoemd door de documentairemakers, kan bij de argeloze niet-militaire kijker juist de idee voeden dat Defensie iets te verbergen heeft, de feiten in de doofpot wil stoppen.

Openheid op het moment dat dit ertoe doet, dat hierom wordt gevraagd, is altijd beter dan wachten tot onderzoeksjournalisten in voorkomend geval de onderste steen alsnog boven krijgen. Ik hecht eraan te benadrukken dat ik dus niet zeg dat met betrekking tot Chora de waarheid niet boven tafel is gekregen.

Breder getrokken: bij geslotenheid en ondoorzichtigheid is Defensie niet gebaat, behoudens uiteraard die omstandigheden waarin het operationele belang dit expliciet vraagt. Hoe je het wendt of keert: Defensie moet het hebben van de positieve exposure van de kijker.

Let wel: de niet-militaire kijker.

Het is niet primair de steun van haar militairen die Defensie keihard nodig heeft: wél de steun van de burger die, mits groter dan nu het geval is, de toekomst van de krijgsmacht mede kan borgen.

De politieke wil om de krijgsmacht voort te stuwen in de vaart der volkeren berust in de eerste plaats op een electoraat dat nut en belang van haar krijgsmacht onderschrijft.

Onverlet de door u aangehaalde conclusies van vier onafhankelijke onderzoeken en het Openbaar Ministerie dat Nederlandse militairen in de slag om Chora “ondanks de vreselijke gevolgen […] niets te verwijten valt” is niet reageren op een vraag van de media juist in dit licht geen optie.

Sterker nog: ze kan onbedoeld de krijgsmacht in het verdachtenbankje plaatsen terwijl de kijkende militair dondersgoed weet dat hem of haar in dit dossier niets te verwijten valt. Ze is dus uiteindelijk contraproductief en doet geen goed aan het imago van de krijgsmacht.

Onze militairen zijn nooit gebaat bij “Geen commentaar”.

In dit voorbeeld had u kunnen zeggen waarom commentaar geven eigenlijk niet nodig is: “Er zijn geen nieuwe feiten bekend geworden.”

Generaal Van Griensven, om mogelijke onduidelijkheid weg te nemen: ik deel uw mening dat “Onze militairen deden wat nodig was om de missie tot een succes te maken.”

Maar het is al te gemakkelijk én een voorbeeld van negatieve framing om achteraf te proberen uw ‘gelijk’ te halen, terwijl dit niet nodig was geweest.

 

Martijn Cornelissen

6 reacties

  • Geloof wel dat ik de generaal begrijp. Het lijkt wel of Defensie geen goed KAN doen in Nederland! En daar baalt hij van, net zoals zovele (ex) militairen. Contact met derden, in dit geval de media, is altijd moeilijk! Want je hebt je geheimhoudingsplicht, en eigenlijk moet dat jouw probleem ook niet zijn! Is het misschien mogelijk dat er een persvoorlichter Defensie komt, die datgene meedeelt wat wel gezegd mag worden?

    Verder mag het Nederlandse volk best eens wat vaker trots zijn op haar Leger. Een Leger, dat nooit verzaakt heeft ondanks alle bezuinigingen!

    • Helaas beseft men in den landen niet een hoe belangrijk defensie voor hen is.
      Ze doen meer voor ons allen dan de men inziet.
      Dan nog niet eens gemeld te hebben dat de politiek ook niet achter hun staat en/of blijft staan.

  • Ik weet niet wie mandaat geeft namens defensie om met de pers te praten. Dat gaat neem ik aan via persvoorlichting. De generaal verdedigt hier zijn mensen, de mensen die hij mocht leiden. En daar ben ik trots op … net zoals op de mensen zelf en op de generaal Van Griensven.

    Om de generaal aan te vallen op het feit dat hij niet rechtstreeks met de pers spreekt zonder na te gaan of hij dat überhaupt mocht, vind ik niet juist. Onder de streep heeft hij als commandant, de mannen en vrouwen, die hebben gediend in Afghanistan, verdedigd. En om dit op deze manier te doen met het risico dat hij een tik op z’n vingers krijgt van hogerhand, vind ik geweldig.

    Hans, HULDE!!!

  • Patrick Jongenburger

    Wat de schrijver van deze brief wel goed raak heeft, is dat Defensie (in het algemeen) alleen openheid geeft als het óf gedwongen wordt óf kans ziet ergens een goed-nieuws-show van te maken.
    Vergelijk de Defensiekrant eens met de Army/Navy?Marine Corps Times.
    Dat is hetzelfde als het plaatselijke suffertje vergelijken met HP/De Tijd!

    Natuurlijk: Wat geheim is, moet geheim blijven. Maar we (Defensie) kunnen best eens wat ontspannener met de media omgaan.

  • Defensie mag inderdaad makkelijker met publiciteit omgaan. Maar feit blijft dat je als militair niet zomaar met de pers kan praten. Om dat bij de generaal Van Griensven neer te leggen vind ik te makkelijk. We weten niet of hem om een reactie is gevraagd en, zo ja, of hij mocht reageren. Misschien neemt hij al een risico met deze post op zijn facebookpagina.

    Maar hoe dan ook, een goed commandant staat achter zijn mensen en dat is precies wat hij heeft gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment moderation is enabled. Your comment may take some time to appear.