Van Wulfen: klokkenluider tegen wil en dank

Victor van Wulfen als F16-vlieger

Zijn carrière begon in 1997, met zijn gang naar de KMA om vlieger te worden. En ondanks dat hij met voldoening terugkijkt op zijn vliegercarrière op F16’s, de Hercules en bij de Kustwacht, zal er vooral over zijn klokkenluidersmeldingen gesproken worden. ’99,9 procent van de mensen bij Defensie heeft niet meegemaakt wat ik heb meegemaakt’, zegt Victor van Wulfen, die ook aankondigt een nieuwe klokkenluidersmelding te gaan doen over misstanden bij de Luchtmacht. Een woordvoerder van Defensie zegt daarover dat het iedereen vrij staat een klokkenluidersmelding te doen.

Als F16-piloot vloog hij missies, en ‘dropte ik zelfs een bommetje’, maar de F16 was op een goed moment geen uitdaging meer voor Victor van Wulfen.  De Luchtmacht zocht drie operationele F-16 vliegers om naar de C-130 te gaan maar Van Wulfen werd de enige. De overige twee opleidingsplaatsen die in de VS (Little Rock, Arkansas) waren ingekocht werden ingepikt door twee oudere vliegers die al meer dan vier jaar wachtten op een opleidingsplaats. De reden dat ze drie F-16 vliegers naar de C-130 wilden halen was om daar een verbetertraject in gang te zetten.

‘Ik leerde daar dingen die we in Nederland nog steeds niet doen met de Hercules’, zegt Van Wulfen, ‘Maar ik kwam na de opleiding bij het Squadron en ik dacht ik kan wat: ik kan goed F16 vliegen, heb oorlogservaring, niet spectaculair, maar toch, en ik heb tactische bagage en een goede Hercules-opleiding, en nu kan ik dingen gaan verbeteren.’

‘Ik vroeg dus: hoe doen jullie hier dingen? Het antwoord was: ‘Dat merk je wel als we gaan vliegen’. De luchtmacht werkt met SOP’s (Standard Operating Procedures). Die zijn ervoor om te zorgen dat iedereen weet wat hij of zij moet doen in een vliegtuig. Als mensen nog nooit met elkaar hebben gevlogen, dan kunnen ze dat toch samen doen door toepassing van de SOP’s. Maar dat viel tegen bij het squadron. Er waren op het moment dat Van Wulfen daar begon namelijk helemaal geen SOP’s. Bij de F-16 waren die er wel. Pas in maart 2013 was er voor het eerst een officiële SOP bij 336 squadron.

‘Een geitenbende’

Van Wulfen: ‘Bij mijn opleiding in Amerika lag alles vast. Iedereen deed alles op dezelfde manier. En in Eindhoven deed iedereen maar wat. Bij het navigeren bijvoorbeeld: de ene collega wilde zelf de kaart lezen, en bij de andere collega’s moest ik dat doen. En dat zijn dan de kleine dingetjes. Maar ook in noodsituaties was er onduidelijkheid. Die heb ik gelukkig nooit echt meegemaakt, maar die oefenden we in de simulator. En dan werd het 1 grote geitenbende, omdat er niks vastlag.’

Van Wulfen geeft een voorbeeld: ‘Als je opstijgt met een Hercules, en 1 motor valt uit dan heb je een van de meest kritieke situaties. Bijvoorbeeld motor nummer 4 valt uit. Bij de Amerikanen had je dan een procedure, waarbij gezegd werd: Abort, abort, props, number four. Dan wist je dat je een probleem had met motor nummer 4 en en dat je een zogenaamd ‘directional control’ probleem had. Het woord props” geeft dat aan, daarom is dat zo belangrijk. Daardoor dreig je op een gegeven moment van de baan te gaan.  Dus ik weet nu dat ik dat tegen moet gaan. In Nederland zat je in de simulator, en dan zag je uit je ooghoek het metertje van motor 4 teruglopen en je flightengineer, die veel ervaring op bijvoorbeeld een Orion had, zei dan: ‘Eeh, eeh, eeh,  problem with the oil of the propellor of the right-hand-engine’. Nou, ten eerste zitten er twee motoren aan de rechterkant, en ten tweede: tegen de tegen de tijd dat hij dat gezegd had, stond het vliegtuig al stil. Hij had moeten zeggen: Abort, abort, abort, props number 4.’

’Dat soort dingen was dus allemaal niet vastgelegd. We deden dus maar wat. En het meest schrikbarende was dat we jaar in, jaar uit dezelfde scenario’s trainden, en dat jaar in, jaar uit dezelfde fouten gemaakt werden. Waar ben je dan mee bezig?’

Gevaar op uitzendingen

En dat soort zaken werkten door op uitzendingen. Van Wulfen vertelt: ‘We gingen naar Minhad, van de Verenigde Arabische Emiraten, en toen stond ik letterlijk om mijn nek met computers met geheime informatie, wapens, munitie, een tas vol geheim materiaal (SPINS – Special Instructions, ISOPREPS). Dat is persoonlijke informatie van iedere militair in oorlogsgebied, met vragen die alleen hij of zij kan beantwoorden. Als special forces je dan komen redden, vragen ze bijvoorbeeld: wat was de kleur van je eerste fiets? Als je dan zegt groen, en het was paars, laten ze je bij wijze van spreken staan. Maar ik liep dus letterlijk met die geheime spullen naar de detachementscommandant en ik vroeg waar ik naar toe moest met die spullen, en hij had geen idee. Nou, mij kan je wegdragen op zo’n moment. Ik heb letterlijk op die dingen geslapen. Maar daardoor moet die informatie als gecompromitteerd worden beschouwd, en kunnen eigenlijk hele operaties in Afghanistan niet doorgaan. Dat is bepaald niet professioneel.’

Van Wulfen geeft nog een voorbeeld: ‘We vlogen met een oude kaart. Ik zeg tegen de gezagvoerder: Dit is een oude kaart, moeten we geen nieuwe aanvragen? Hij zegt: ‘Ja doe maar’. Ik zeg: maar jij bent gezagvoerder, dat is jouw verantwoordelijkheid. En waarom ga je hier überhaupt mee weg? Als de luchtvaartpolitie komt, mag je niet vliegen, krijg je een boete en raak je waarschijnlijk je brevet kwijt. En zo kwam ik steeds meer gevaarlijke situaties tegen. Uiteindelijk heb ik toen een gesprek aangevraagd met de squadroncommandant.’

Verzonnen verhalen

Er zouden beloftes gedaan zijn aan van Wulfen, zo zou hij bevorderd worden en gezagvoerder worden, maar dat gebeurde niet. ‘Ik sprak de squadromcommandant daar op aan’, vertelt de kokkenluider’, ‘Maar hij zei dat ik alles verzonnen zou hebben. Toen ging ik op vakantie. Ik kwam terug, en toen had hij mijn medisch dossier vervalst. Dat was in 2009. En niemand kan, tot op de dag van vandaag – verklaren hoe dat is gebeurd. Er zijn 14 maart zelfs Kamervragen over gesteld door Jasper van Dijk van SP, maar die zijn niet goed beantwoord. Ze willen dat niet verklaren. De betrokken arts kan zijn gedrag niet verklaren, de betrokken commandant kan het gedrag niet verklaren, de basiscommandant kan zijn gedrag niet verklaren. Er is dus iets heel erg mis. In ieder geval iets mis met die personen op integriteitsgebied.’ Uiteindelijk is Van Wulfen wel bevorderd, met terugwerkende kracht per 1 juni 2008. Niet ter compensatie of iets dergelijks, maar omdat bleek dat hem dat inderdaad was toegezegd.

Van Wulfen sprak met de basiscommandant, waarbij werd afgesproken dat van elke vlucht die hij maakte verslag gemaakt moest worden. Volgens Van Wulfen zijn er ongeveer 50 verslagen over hem geschreven, omdat hij onder een vergrootglas lag, maar heeft hij in geen van die verslagen inzage gekregen. Ook zorgde het verslagen maken, wat normaal gesproken alleen in de opleiding gebeurt, voor vreemde situaties: ‘Ik vloog op Afghanistan met een gezagvoerder die niet tactisch geschoold was en blunder op blunder maakte’, zegt van Wulfen, ‘Ik heb 3 keer moeten ingrijpen, 2x verbaal en 1x het vliegtuig kort fysiek overnemen om verkeerde situaties te voorkomen. Maar zo iemand moet dan een verslag over mij schrijven. In diezelfde periode is mij toen door mijn basiscommandant Bas Pellemans, verboden om nog veiligheidszaken aan de kaak te stellen. Als ik toch zaken zou aankaarten, zou ik een vliegverbod krijgen. Dat geeft al aan hoe de mentaliteit daar was.’

Problemen in de keten

Het gebrek aan aandacht voor veiligheid komt volgens de vlieger ook door de organisatiestructuur en – cultuur: ‘Stel je gaat wel dat verbetertraject in, dan moet je zeggen dat er een boel anders moet. Omhoog in de keten zit dan je waarschijnlijke voorganger die je moet vertellen dat hij een rotzooi heeft achtergelaten, en dat is niet bevorderlijk voor je carrière. Of je bent zelf verantwoordelijk voor die chaos, omdat je er al jarenlang niks aan gedaan hebt. En dat was toen zeker het geval met Pellemans. Hij was namelijk eerst verantwoordelijk voor het maken van de regelgeving, en toen hij basiscommandant werd was hij verantwoordelijk voor het implementeren van die regels en nu is hij directeur van de Luchtvaartautoriteit en is hij verantwoordelijk voor het toe zien op hoe de regelgeving wordt geïmplementeerd. Hij heeft alle drie die functies achter elkaar gehad. En hij – en dat is schriftelijk vastgelegd – verbood mij dus om nog zaken aan de kaak te stellen.’

Victor van Wulfen als F16-vlieger

Victor van Wulfen als F16-vlieger

‘Maar ik bleef toch zaken aan de kaak stellen, want het raakte de veiligheid van collega’s, passagiers en ook mijn persoonlijke veiligheid. Als we vlogen op Afghanistan was ik soms banger voor de vent naast me, dan de Taliban op de grond. Want die vent naast me was niet zo heel kundig, niet goed opgeleid, en er waren geen procedures. Dat bleef ik aankaarten, en toen zijn ze geheime verslagen over mij gaan schrijven. Op basis daarvan kreeg ik een vliegverbod. Maar die verslagen mocht ik niet inzien. Ik heb toen een e-mail gestuurd, met het verzoek om die verslagen te mogen inzien. Het antwoord was – dat ligt schriftelijk vast –  dat dat nog niet kon, omdat de verslagen niet af waren. Er was dus vijf maanden eerder een besluit genomen op basis van verslagen die vijf maanden later nog niet af waren. Ik heb dat – dat is ook vastgelegd – fraude genoemd. Vanaf dat moment ging het hard.’

Implementatie regelgeving 8 jaar te laat

Van Wulfen vermoedt dat dit van hogerhand is gestuurd, omdat de verbeterpunten zo groot waren dat er anders operaties stilgelegd hadden moeten worden. En dat is lastig te verkopen naar de politiek. Die volgens hem ook een steek heeft laten vallen: ‘De implementatie van MAR-OPS (Military Aviation Requirements Operations) had uiterlijk in 2007 geregeld moeten zijn, dat stond in de Staatscourant. En dat is niet gehaald. Toen hebben ze uitstel gekregen tot 1 januari 2008, maar uiteindelijk is het geïmplementeerd op 2 november 2015. Op 2 maanden na is dat 8 jaar te laat. Sowieso is het rijkelijk laat om de eerste procedures te implementeren als je als 22 jaar met de Hercules vliegt (sinds 1993 – red). ’

Integriteit en onderzoeken

Defensie heeft zelf ook integriteitscommissies en andere manieren om mistanden aan de kaak te stellen. Heeft van Wulfen die gebruikt? ‘Ik heb alle trajecten intern doorlopen. Ik ben ook bij de IGK geweest, bij de COID geweest. Er zijn interne onderzoeken geweest, huishoudelijke onderzoeken geweest, de Inspectie Militaire Gezondheidszorg heeft een onderzoek gedaan, de Commissie voor Ongewenst Gedrag deed een onderzoek, en pas toen had Defensie door dat ze niet van mij gingen winnen. Ondanks dat ik vaak de rapporten niet kreeg. Ze werden verspreid binnen Defensie, maar niet aan mij gegeven. Defensie heeft naar eigen zeggen 10 rapporten gecreëerd en daarvan moet ik er nog zes krijgen. Ik heb ze opgevraagd bij Hennis zelf op 3 april, per brief. Maar geen antwoord gekregen. Ik vind dat geen integriteit.’ Defensie houdt er een iets ander standpunt op na: ‘In het OIO rapport is aangeven welke onderzoeken er zijn geweest, deze zijn door de OIO bij majoor van Wulfen beschikbaar gesteld.’ Het OIO meldt zelf in het rapport dat Defensie terughoudend is geweest in het verstrekken van informatie:

Screenshot uit het rapport

Screenshot uit het rapport (klik voor groter)

 

‘Alle problemen door integriteitsprobleem’

‘Ik denk dat alle problemen die Defensie op dit moment heeft voortvloeien uit een integriteitsprobleem. Er moet meer geld bij? Ja, met meer geld kunnen we mooie dingen doen. Maar we hebben jarenlang een taakstelling gekregen. Moet je dan niet als leidinggevende van sergeant-majoor tot generaal zeggen: dit kunnen we niet met de huidige middelen? En minstens zo belangrijk: de huidige staat van die middelen? We kunnen 100 F-16 hebben gehad, als er minder dan twintig vliegen dat heb je er effectief minder dan twintig inzetbaar. Kortom, Niet doorgaan tot alles er bij neervalt, maar gewoon zeggen: ‘dit kan niet’. En dat is een stukje integriteit wat de hele organisatie zich aan mag trekken.  Dat je zelf de verantwoordelijkheid hebt om aan de bel te trekken, om te zeggen dat het niet kan, omdat het nu gevaarlijk wordt. ‘

‘Als je ziet dat De Kruif (voormalig commandant Landstrijdkrachten – red) bij zijn afscheidsspeech zegt dat het halve wagenpark van de Landmacht niet 100 procent inzetbaar is. Dat vind ik een beetje laat, want is dat gisterenavond gebeurd toen je je speech aan het schrijven was? Of is dat de afgelopen jaren zo gegroeid? Ik denk het laatste. En dan vraag ik me af: wat was de rol van De Kruif? Die heeft dat zien gebeuren en met hem nog andere generaals, kolonels, overstes, majoors en ga zo maar door.

Wie zei er: dit gaat fout? We krijgen een taakstelling, te weinig geld, vinden we als Defensie, maar toch zeggen we niet: dit gaat fout. En dat is het probleem bij Defensie. Want Defensie maakt Defensie. Niet de politiek.’

Problemen bij CLSK

‘Wat je nu bij het Commando Luchtstrijdkrachten ziet is dat ze terug komen uit Syrië, ze daar met hangen en wurgen 4 kisten in de lucht hebben gehouden, daar goede dingen hebben gedaan, maar dat daardoor de vliegers nu ongetraind zijn. Dat hadden ze van te voren moeten zeggen en weten. Ze hadden moeten zeggen: ‘Als we dit gaan doen, moeten we al het andere landen vallen.’ Dat vliegers nu ongetraind zijn, dat er nu geen onderdelen meer zijn, dat wist je van tevoren. En dat had je toen dus moeten zeggen. Zo’n generaal weet dat als het goed is van te voren, en als die het niet weet, dan had hij nooit generaal moeten worden. Maar dat is niet iets van nu. Dat is al jaren zo. Bijna 15 jaar geleden, toen ik op Twente vloog, hadden 2 squadrons in sommige weken allebei 1 F-16 vliegend. Al in 2003 werden er vliegers teruggezet van 180 vlieguren per jaar naar 120 uur, gewoon omdat er te weinig vliegtuigen inzetbaar waren.

F16's in formatie (foto: Beeldbank Defensie)

F16’s in formatie (foto: Beeldbank Defensie)

‘Leidinggevenden durven niet boven toe terug te koppelen hoe het er daadwerkelijk voor staat. Bijvoorbeeld: ieder jaar wordt de AGCDS uitgegeven. Daarin staat wat Defensie aanbiedt, en als je dat leest: de tranen springen je in de ogen. Squadrons F16’s, 2 Herculessen, en dit en dat, en een bataljon zus, een eenheid dat. Voorheen stond er “een squadron F-16’s in”, de laatste keer dat ik zo’n document zag stond er acht F-16’s. Maar kijk eens hoeveel moeite het kost om er vier in het midden-oosten in te zetten. Toen ik de MDV deed (2008) zijn we op bezoek geweest bij de commandant van de tank eenheid (Leopard II). Die man was erg eerlijk. Hij sprak vrijuit over zijn voortdurende tekort aan essentiële onderdelen en zijn permanente inzetbaarheid van twee, hooguit drie Leopards. Speciaal rondom grote oefeningen werd er “gespaard”, naar eigen zeggen omdat hij dan tenminste zijn mensen nog een mooie oefening kon bieden “want daar deden ze het voor”. Het hart van deze commandant zit op de goede plaats maar het is wel tekenend voor de staat van de krijgsmacht. En niet te vergeten: het Nederlandse leger had wel tanks, veel zelfs, maar we hadden nauwelijks inzetbare tanks. Daarop volgt dan de vraag: hadden we effectief wel tanks? Ik denk het niet. In ieder geval geen tanks waar we ook wat mee konden. Die zijn dus niet wegbezuinigd, die zijn gewoon verkocht en de facto bleef er daardoor geen niche in capaciteiten achter. In de praktijk in ieder geval niet.’

Informatie naar politiek

En ieder jaar krijgt de commandant van een eenheid dat rapport ook, en die leest dan wat hij moet kunnen. Maar die denkt: dat kan ik helemaal niet. Ik kan misschien de helft leveren, voor de helft van de periode. Ik weet niet of de politiek de AGCDS krijgt… ik denk eigenlijk van niet want dan zouden ze direct kunnen zien dat de krijgsmacht niet waarmaakt wat het moet kunnen. Wel heeft de politiek de afgelopen jaren met zekerheid een te rooskleurig plaatje voorgeschoteld gekregen. En nu het kaartenhuis echt in elkaar stort zegt de legerleiding opeens: “Ja, eh, sorry, maar alles staat al jaren op de krik. Mogen we meer geld alstublieft?” En iedereen die er wat zegt is een klokkenluider. En die houdt al heel snel zijn kop, of die komt in een situatie terecht zoals ik.’ Defensie ontkent echter dat er sprake is van het geven van verkeerde informatie en zegt het volgende: ‘De Kamer wordt periodiek hierover van op de hoogte gebracht. Bijvoorbeeld via inzetbaarheidsrapportages Defensie.’

Nieuwe klokkenluidersmelding

Defensie is voorlopig nog niet van hem af. Want Van Wulfen gaat nog een melding neerleggen bij het Huis van Klokkenluiders. Hij is nu bezig met opstellen van de dossier daarvan. Het Een concept, ongeveer 1/3 van wat hij in totaal wil gaan melden, heeft hij afgeleverd aan de commissie van advies van het Huis van Klokkenluiders.  Het is de bedoeling dat zijn melding medio augustus geformaliseerd wordt.

Hij gaat de integriteitsorganisatie van Defensie aankaarten bij het Huis van Klokkenluiders. Van Wulfen: ‘Defensie, een organisatie van 60.000 mensen heeft de facto geen integriteitsorganisatie. COID is onderdeel van het systeem, het is een schijnconstructie, window dressing. Als je ziet dat ze een rapport schrijven met daarin een nieuw meldingssysteem waarin ze schrijven dat je integriteitsschendingen bij hun moet melden, en pas als je niet tevreden bent je naar het Huis van Klokkenluiders mag. Daarmee lichten ze het personeel verkeerd voor, want de regel is dat wanneer je reden hebt om iets niet intern te melden, bijvoorbeeld door een angstcultuur, dan mag je direct extern. Het COID houdt bovendien tot de dag van vandaag twee onderzoeksrapporten over mij achter. Die heb ik zelfs rechtstreeks bij de minister opgevraagd maar ik krijg niets. De rapporten gaan over mij en over mijn meldingen. Ze hebben klaarblijkelijk veel te verbergen.’

Tekst klokkenluidersregeling Defensie (klik voor groter)

Tekst klokkenluidersregeling Defensie (klik voor groter)

Tekst wettelijke klokkenluidersregeling (klik voor groter)

Tekst wettelijke klokkenluidersregeling (klik voor groter)

Defensie zelf stelt dat integriteit hoog in het vaandel staat: ‘Integriteit is voor Defensie als geweldsorganisatie belangrijk. Zo heeft Defensie bijvoorbeeld een Centrale Organisatie Integriteit (Hier het jaarverslag daarvan), krijgt integriteit in de opleiding van militairen aandacht en is er een vernieuwd meldingssysteem om gevallen van integriteitsschendingen te waarborgen.  Dat neemt niet weg dat integriteit continue aandacht vereist. Uiteraard worden er bij een organisatie waar meer dan 55.000 mensen werken meldingen gedaan van niet integer gedrag. Defensie hecht er waarde aan dat deze worden onderzocht en dat er waar nodig wordt geleerd van deze meldingen.’

Social Media Dossier

Majoor van Wulfen is echter vastbesloten door te gaan in zijn strijd voor een betere en – in zijn ogen – nog meer integere Defensie-organisatie: ‘Ik heb het COID al een paar keer gewezen op het achterhouden en de verkeerde voorlichting, ook via twitter. En ik weet zeker dat ze dat lezen. Want de DCO (Dienst Communicatie Defensie) houdt bestanden bij over mij waarin ze al mijn Twitter en Facebook activiteiten vastgelegd. Ik heb dat Word-document in handen gekregen. Ook de commandant van vliegbasis Eindhoven, Elanor Boekholt, houdt zo’n document over mij bij. De vraag is dan waarom ze dat doen, of ze dat alleen bij mij doen, of ze dat ook voor andere militairen doen? Sommigen gaan te werk als een geheime dienst. Boekholt heeft 1700 e-mails over mij verzameld, terwijl Defensie heeft gezegd het verleden achter zich te laten.’

Over het bijhouden van de social media-activiteiten zegt een woordvoerder van Defensie het volgende: ‘Uitingen op sociale media zijn per definitie openbaar. In het kader van webcare monitort Defensie alle sociale media uitingen die over de krijgsmacht gaan. Het klopt dat er van de sociale media uitingen van de majoor een overzicht is gemaakt. Deze zijn gebruikt ten behoeve van de voorbereiding op de gang naar de rechtbank die door de majoor is opgestart, aangezien hij een dienstopdracht om naar een vliegerpsycholoog te gaan niet wilde uitvoeren. Het overzicht is gebruikt ter onderbouwing van de standpunten van Defensie.’

Van Wulfen gaat nu de politiek in

Van Wulfen gaat nu de politiek in

Defensie is blij met meldingen

Ondanks alle problemen die geweest zijn met van Wulfen is het ministerie van Defensie wel blij met de klokkenluidersmelding die Van Wulfen deed: ‘Majoor Van Wulfen is een gerehabiliteerde klokkenluider en Defensie is hem erkentelijk voor hetgeen hij heeft gemeld.  Na onafhankelijk onderzoek van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid en de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) is hij gerehabiliteerd. De toenmalige plaatsvervangend commandant van de luchtmacht heeft op vliegbasis Eindhoven openlijk zijn waardering voor de majoor uitgesproken. En is hij toentertijd weer aan de slag gegaan als vlieger bij de kustwacht. Ter afwikkeling van zijn toenmalige klokkenluidersmelding is met majoor Van Wulfen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hij heeft zelf op 15 april 2016 via Twitter laten weten dat zijn klokkenluiderszaak uiteindelijk positief is afgerond. Dat neemt niet weg dat majoor Van Wulfen binnen de bestaande gezagsverhoudingen opdrachten moet uitvoeren waarmee Defensie de vliegveiligheid wil waarborgen en dat hij zich net als iedere andere defensiemedewerker aan de geldende regels dient te houden. Ook uit de uitspraak van de voorlopige voorzieningenrechter volgt dat hij niet is benadeeld omdat hij een melding heeft gedaan en dat de besluiten van Defensie niet onredelijk waren. Omdat majoor Van Wulfen zich toch niet kon verenigen met deze opdrachten, heeft hij verzocht om een ontslag op zijn aanvraag. Defensie ingestemd met zijn verzoek. Defensie hecht er verder waarde aan om te zeggen dat wij ons niet in het door de majoor van Wulfen geschetste beeld herkennen.’ De interpretatie door Defensie van de gerechtelijke uitspraak valt te betwisten, omdat in het vonnis door de rechter niet wordt gesproken over een benadeling wegens zijn klokkenluidersmelding, wel vindt de rechter dat het vliegverbod terecht is opgelegd.

De dienst uit

Van Wulfen gaat de dienst uit. ‘Per 1 augustus nukubu’, lacht hij, ‘Ik had het voor geen goud willen missen. Het is echt een voorrecht geweest. Ik heb F16 mogen vliegen, op een Hercules, ik heb een beetje oorlogservaring opgedaan, met mooie mensen gewerkt. Maar ik heb ook de meest zwarte kanten van het bedrijf leren kennen. De strijd is een epische strijd geweest, en ik heb hem met vlag en wimpel gewonnen. Dat heeft me ontzettend veel geleerd, niet in de laatste plaats over mezelf. Het is dus in veel opzichten een verrijking geweest. En 99,9% van de mensen die er werken zijn topmensen, er zitten alleen een paar hele verkeerde op hele cruciale posities.’

Als vlieger was van Wulfen ambitieus. Als klokkenluider toonde hij ruggengraat en doorzettingsvermogen. Per 1 augustus gaat hij een boek schrijven en de politiek in. Hij heeft aansluiting gevonden bij D66, en ook daarin heeft hij ambitie: ‘Ik hoop vurig dat ik de Kamer in kan gaan.

Door: Eduard van Brakel

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment moderation is enabled. Your comment may take some time to appear.